De rolstoeler

Gepubliceerd op 15 mei 2026 om 14:59

Ik blijf eerst altijd even in de auto zitten. Dan kijk ik in de rondte om te zien of hij ergens is. Wanneer ik denk dat de kust veilig is, haast ik me mijn auto uit en loop ik met snelle passen richting de voordeur van mijn ouderlijk huis. Dan zie ik hem nog niet, maar hoor ik het gepiep en gekraak van zijn rolstoel al. Ik zie hem altijd over het hoofd omdat hij lager zit dan de struiken in de wijk uitsteken. Dan komt hij aanrollen, want hij heeft mij allang gespot. Dan kan je geen kant meer op zonder eruit te zien als een harteloze klootzak. Je bent verplicht te chatten. “Goedemorgen,” begint hij altijd. En dan volgt er een opeenstapeling van willekeurige gebeurtenissen of opmerkingen. “Mijn oom was jarig vorige week. Precies op dezelfde dag dat mijn andere oom overleed. Hoe oud ben jij nou? Dat zou ik je niet geven. De buren zijn aan het boren. Fijn weekend!” En dan rolt hij weer van je weg. De ene keer duurt het gesprek langer dan de andere. Althans, het is geen gesprek. Het is een monoloog. Hij vertelt, en jij staat er ongemakkelijk bij omdat je geen houding weet aan te nemen. De vraag is: wie ziet er dan uit als de gehandicapte? Daarom ontwijk ik hem soms. Ik ben zelfs eens voor hem weggerend. Annie van tegenover deed dat ook altijd, totdat haar rug het begaf waardoor ze nu met een rollator loopt. Vanuit het raam van mijn jongenskamer is het een prachtige race om te aanschouwen. Als Annie vooruit sukkelt en de rolstoeler van achteren hoort aankomen, probeert ze nog vaart te maken. Maar dat lukt haar niet meer. Dus wordt ze ingehaald en staat ze met zichtbare tegenzin te luisteren naar zijn riedeltje. Het is een soort schildpaddenrace. Maar sinds gister heeft de buurt afscheid moeten nemen van de rolstoeler. Niet fysiek, maar mentaal. Hij is verhuisd en gaat begeleid wonen, maar hij vertelde dat hij in de weekenden nog terug zou komen. Annie zet dat vast in haar schema. Ze heeft een schema aan de koelkast hangen om de rolstoeler te kunnen ontlopen. Hij zei ook dat hij veel cliënten moet achterlaten. Cliënten. Hij noemt ons fucking cliënten. Ondanks dat de hele buurt hem liever ontwijkt dan tegemoet komt, hebben we allemaal met de jongen te doen en is het een schat van een gozer. Hij zal gemist worden, maar ik hoef me niet meer te verstoppen in mijn auto, en Annie kan gewoon rustig over straat. En wie weet staat zijn nieuwe verblijf wel midden in een woonwijk. Eind goed, al goed.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.