Op deze plek geef ik mijn bek ook maar gewoon een duw.

 

Kut Maandag

Ondanks dat de weer-app aangaf dat het zou regenen, lukte het me toch om te genieten van het zonnetje op de Binnenrotte. Koffietje to-go, flesje water, boek. Top. De espresso was op. Het flesje water zat nog halfvol. Vol, want ik ben een en al optimist.

Lees meer »

Goonies in de Cafecito

De Cafecito zit tegenover mijn huis. Toen ik hier net ging wonen en nog geen koffieapparaat had, kwam ik hier dagelijks. Nu ik hier al ruim twee jaar woon en wél een koffieapparaat heb, kom ik er nog steeds dagelijks.

Lees meer »

Nederlan - Japan - Kut katten

We keken dus bij Rico thuis naar de eerste wedstrijd van Nederland op dit WK tegen Japan. Het huis waar ik zelf jaren met hem heb gewoond. Nu heeft Rico twee katten. Niet zomaar katten. Die dingen zijn te groot om zomaar katten te zijn. Prima, maar ik ben allergisch.

Lees meer »

Roosvrij lichaam

Ze zeggen dat elke dag douchen niet goed voor je is. Ik denk dat ik wel ergere dingen doe dan elke dag douchen. Vervolgens zeggen ze dan: ja maar elke dag douchen en zeep gebruiken, dát is slecht! Ook daarover denk ik dat ik het vast wel overleef allemaal. Dus vandaag wilde deze schone jongen zich lekker wassen, maar dat ging niet helemaal zoals gepland. Eerst de shampoo in mijn haar. Daarna eruit gewassen voordat ik met de zeep op mijn lichaam begin, want stel je voor dat de zeepgeur wordt overheerst door de shampoo. Dat mag niet. Maar verdomme! Ik pakte de zeepfles en voelde al dat er niets meer in zat. Toch probeerde ik, tegen beter weten in, die laatste druppels zeep eruit te knijpen. Helaas, de btw was al uitgegeven. Dan kun je niks anders doen dan de Andrélon-shampoo ook maar als zeep te gebruiken. Gelukkig is mijn hele lichaam behaard. Dus helemaal nutteloos is het niet. Mijn hele lichaam is vandaag roosvrij!

Lees meer »

De rolstoeler

Ik blijf eerst altijd even in de auto zitten. Dan kijk ik in de rondte om te zien of hij ergens is. Wanneer ik denk dat de kust veilig is, haast ik me mijn auto uit en loop ik met snelle passen richting de voordeur van mijn ouderlijk huis. Dan zie ik hem nog niet, maar hoor ik het gepiep en gekraak van zijn rolstoel al. Ik zie hem altijd over het hoofd omdat hij lager zit dan de struiken in de wijk uitsteken. Hij komt aanrollen want hij heeft mij allang gespot. Dan kan je geen kant meer op zonder eruit te zien als een harteloze klootzak. Je bent verplicht te chatten. “Goedemorgen,” begint hij altijd. En dan volgt er een opeenstapeling van willekeurige gebeurtenissen of opmerkingen. “Mijn oom was jarig vorige week. Precies op dezelfde dag dat mijn andere oom overleed. Hoe oud ben jij nou? Dat zou ik je niet geven. De buren zijn aan het boren. Fijn weekend!” En hij rolt weer van je weg. De ene keer duurt het gesprek langer dan de andere. Althans, het is geen gesprek. Het is een monoloog. Hij vertelt, en jij staat er ongemakkelijk bij omdat je geen houding weet aan te nemen. De vraag is: wie ziet er dan uit als de gehandicapte? Daarom ontwijk ik hem soms. Ik ben zelfs eens voor hem weggerend. Annie van tegenover deed dat ook altijd, totdat haar rug het begaf waardoor ze nu met een rollator loopt. Vanuit het raam van mijn jongenskamer is het een prachtige race om te aanschouwen. Als Annie vooruit sukkelt en de rolstoeler van achteren hoort aankomen, probeert ze nog vaart te maken. Maar dat lukt haar niet meer. Dus wordt ze ingehaald en staat ze met zichtbare tegenzin te luisteren naar zijn riedeltje. Het is een soort schildpaddenrace. Maar sinds gister heeft de buurt afscheid moeten nemen van de rolstoeler. Niet fysiek, maar mentaal. Hij is verhuisd en gaat begeleid wonen, maar hij vertelde dat hij in de weekenden nog terug zou komen. Annie zet dat vast in haar schema. Ze heeft een schema aan de koelkast hangen om de rolstoeler te kunnen ontlopen. Hij zei ook dat hij veel cliënten moet achterlaten. Cliënten. Hij noemt ons fucking cliënten. Ondanks dat de hele buurt hem liever ontwijkt dan tegemoet komt, hebben we allemaal met de jongen te doen en is het een schat van een gozer. Hij zal gemist worden, maar ik hoef me niet meer te verstoppen in mijn auto, en Annie kan gewoon rustig over straat. En wie weet staat zijn nieuwe verblijf wel midden in een woonwijk. Eind goed, al goed.

Lees meer »

CarPlay Radio

Ik ben geen ICT'er, maar ik ben ook geen vijftigjarige boomer die niet weet hoe je een tekst kopieert en plakt. Technologie is niet mijn ding, maar we leven allemaal met een iPhone, dus helemaal onbekend is niemand van ons ermee. Vaak praat ik mezelf aan dat ik wel handig ben met zulke dingen, maar niet handig genoeg om bij mezelf CarPlay in de auto te installeren. Dat vroeg ik een jaar geleden aan een vriend van me, die dat als een echte vriend zo voor me fixte. In mijn oude bak op wielen knutselde hij er moeiteloos een moderne CarPlay-radio in. In het begin deed-ie het. Daarna half. Toen helemaal niet meer. Ik heb de afgelopen zes maanden zonder CarPlay gereden. Ik vind dat nou niet echt een heel erge straf, want ik vermaak me ook in doodse stilte. Het schijnt vaker geen gelukkig huwelijk te zijn tussen oude auto's en CarPlay-radio's. Heb ik ook gewoon zo'n ding van veertig euro op Bol.com gekocht terwijl er opties waren van vierhonderd euro. Maar krijg de tering. Dan moet die radio mijn auto laten vliegen, anders doe ik het niet. Maar vorige week, uit het fucking niets, maakte de CarPlay verbinding met mijn iPhone en ik zweer het je, deze hele week verbindt dat ding zich sneller dan ik kan ejaculeren. En dat is snel. Geloof me. De sleutel hoeft het gat nog niet eens aan te raken en de app 'Kaarten' komt tevoorschijn en de muziek springt aan, en ik krijg het idee dat mijn autoradio wil dat ik snel begin te rijden. Wat een gekkigheid allemaal. Ik probeer het te begrijpen. Echt.

Lees meer »

visionair gebrabbel van Bokoesam

Je kunt er niet omheen. Waar je ook bent – op werk, langs de lijn bij voetbal, of met vrienden aan tafel – het gaat over de verkiezingen. Op wie je moet stemmen, en vooral: waarom. En zodra twee mensen lijnrecht tegenover elkaar staan, praten ze meestal compleet langs elkaar heen. Dan moet ik altijd denken aan dat oude filmpje van Bokoesam. Hij brabbelt, maar slaat ergens de plank volledig raak:

Lees meer »

De adem van de massa poetst haar tanden niet

Ik loop soms de markt op om mezelf te pijnigen. Ik weet niet wat het is, maar de markt heeft iets magisch – zij het in negatieve zin. Het is krap, te veel mensen op elkaar, te veel struikelblokken in de vorm van kabelbruggen. Er hangt een vloek over die plek: motoriek verdwijnt. Zonder gekkigheid, mensen lopen spontaan vast. Ze stoppen op willekeurige momenten, als een computer die plots uitvalt. Ze botsen tegen elkaar, wisselen een ogenblik oogcontact en lopen dan weer verder. Corona – als het ooit bestaan heeft – lijkt op deze plekken nog voort te leven. Dicht opeengepakte lichamen, vieze handen, bacillen in de lucht. Je voelt het in die smerige adem van de massa. Chaos regeert, rust is een mythe, stemmen zijn lawaai. Het is een plek die je eigenlijk niemand toewenst, en toch komen er zoveel mensen op af. Wat zijn we toch vreemd. Wat ben ik toch vreemd.

Lees meer »

Het telefoongesprek dat nooit bestaat

Het is slecht. Het is gênant. Volgens sommigen zelfs een zonde. Maar het is ook - al zeg ik het zelf - geniaal. Een leugen die inmiddels deel is geworden van mijn karakter, omdat ik hem bijna wekelijks herhaal. Vandaag deel ik deze leugen met jullie, want hij kan voor iedereen van pas komen.

Lees meer »

De wonderlijke logica van namen

Waarom American football, football genoemd wordt blijft een dingetje. Laten we eerlijk zijn: schoppen komt er amper aan te pas. Het blijft een mysterieuze spraakverwarring voor ons, de Europese voetbalfans die het simpelweg voetbal noemen. Eerlijk gezegd boeit het me geen reet. Hoe minder ik me over zulke dingen druk maak, hoe beter.

Lees meer »